NAH

Date

“Ilana, wil jij misschien wel even een bandage om Chap zijn been binden?” vraagt Miri.

“Ja hoor” roep ik met een kruk in mijn rechterhand terwijl ik buk om met mijn linkerhand een bandage te pakken.

Met -gelukkig nu nog maar één kruk – hobbel ik naar Chap toe, die op de wasplaats staat om de lange rol stof om zijn paardenbeen heen te wikkelen. Naast mij staat de nieuwe stagiaire, die sinds vanmorgen flink aan het werk wordt gezet. Ik vraag haar, ik ben haar naam alweer vergeten, of ze weet hoe je een bandage om moet wikkelen. Het meisje heeft geen idee, dus leg ik haar ondertussen uit, hoe je het voor mij maar al te bekende klusje, uitvoert.

 

Op stal, of niet?

Vanochtend ben ik door mijn ouders weer afgezet op mijn stagebedrijf. Blij om na een week weer op stal te zijn, ben ik in plaats van rustig op mijn kale kamer te gaan zitten, gelijk naar de stallen gehobbeld. Waar natuurlijk alweer genoeg te doen was. ‘Zelfs voor iemand op krukken’.

“Can can you crab me an an an Halster,, eh.. ” ahh wat is het Engelse woord voor halster nou ook al weer, gefrustreerd probeer ik nog een keer aan de stagiaire te vragen of ze een halster wil pakken, maar ik kan niet bij de woorden komen. Hoe hard ik ook probeer, er komt alleen maar wat gestamel en gestotter uit mijn mond en wat probeer ik eigenlijk ook alweer te zeggen? Moeizaam doe ik nog één poging, maar deze keer kom ik niet eens verder dan “can can” ik heb geen idee meer waar het over ging. Het meisje tegenover mij kijkt me verbaasd aan en ik voel me verdoofd door een vermoeidheid die me opeens overvalt. Alsof er een grote laag mist om mijn hersenen heen zit, waar ik niet door heen kan komen.

Ik besluit de boel de boel te laten en toch maar in die verschrikkelijk saaie slaapkamer te gaan zitten. Daar aangekomen, ben ik doodmoe en ga gelijk op bed, opgelucht dat niks beweegt en een heerlijke stilte hangt, bivakkeer ik hier de rest van de dag om er alleen nog uit te komen voor het eten.
 

Dagje weg

De dagen op stal beginnen normaal om zeven uur, maar ik ben de volgende ochtend nog zo moe dat ik besluit op bed te blijven liggen en aangezien ik van de dokter komende week toch nog niks mag doen, verwachten ze ook niet dat ik aan het werk ben. Tegen elf uur begint mijn maag zo te knorren dat ik besluit wat te eten en een rondje door de stallen te lopen.

“Ilana?” Hoor ik achter me en als ik omkijk zie ik Georg, de oudoom van de baas, op me aflopen. Hij vraagt hoe het met me gaat en ik vertel hem over mijn ongeluk.

“I know” zegt hij, en als hij vertelt dat hij meerdere keren op bezoek is geweest bij mij in het ziekenhuis, moet er een behoorlijk verbaasde uitdrukking op mijn gezicht te zien zijn.

“Oeps” antwoord ik, dat kan ik me helemaal niet mee herinneren. Hij zegt dat het niets geeft en vertelt dat er morgen een wedstrijd is, een uurtje rijden hiervandaan, waar de baas een aantal jonge paarden uitbrengt. Of ik zin heb om mee te gaan?

Natuurlijk heb ik dat! De afgelopen weken heb ik niets anders gezien dan stal, het ziekenhuis en mijn hotel. De kans om er een dagje op uit te gaan en een beetje van de omgeving hier in Duitsland te zien, lijkt me geweldig.
De volgende dag haalt Georg mij rond een uur of negen op en gaan we samen richting het concours. Het is ongeveer een uur rijden en erg mooi weer. Ik heb een pet en zonnebril mee genomen, hier ben ik eigenlijk wel heel blij mee, want het felle licht zorgt voor nog meer hoofdpijn dan ik de laatste tijd al heb.
 

Moe, moeier, moeist

Aangekomen op het terrein is het er al behoorlijk druk, overal paarden en mensen. Georg en ik strompelen naar een bankje vlak bij de springtuin, daar vermaken we ons de komende paar uur goed. We zitten aan een grote tafel waar steeds meer mensen bij komen zitten, de drukte zorgt voor steeds meer gezelligheid. Maar al na tien minuten merk ik dat ik eigenlijk doodmoe ben en mijn hoofd bijna uit elkaar barst van de pijn. Ik begrijp niet meer wat er in het Duits gezegd wordt en het voelt alsof alles in een soort waas aan mij voor bij gaat. Ik wil niet lastig zijn, dus ik moet van mezelf maar even flink op mijn kiezen bijten.

Als we vlak na de middag weer naar huis gaan ben ik ontzettend opgelucht. Thuis aangekomen ga ik gelijk naar mijn kamer, om er die dag en ook de volgende dag niet meer uit te komen.

 

Niet zoals het hoort

Op dag vijf, sinds ik weer terug ben op mijn stage besef ik dat ik al snel weer aan het werk zal moeten. Ik word gevraagd om steeds meer dingen te doen op het bedrijf, maar, ondanks dat ik absoluut niet lui aangelegd ben, is het enige wat ik wil rust en slapen. De hoofdpijn die nog geen moment weg is geweest sinds mijn ongeluk begint me inmiddels ook wel de strot uit te komen.

Als ik die dag naar het ziekenhuis moet om de hechtingen er uit te laten halen, vraagt de dokter mij waarom ik nog steeds met mijn kruk loop, de pijn in mijn been zou nu toch echt al wel behoorlijk afgenomen moeten zijn. Ik vraag de man smekend of ik niet nog een paar dagen langer met de kruk mag lopen. Dit niet omdat ik de kruk echt nodig ben maar omdat ik zonder kruk nog meer werk zal moeten verrichten.`

Als ik het ziekenhuis uitloop, rollen de tranen over mijn wangen, ik heb zo ontzettend veel pijn in mijn hoofd en het idee dat ik over twee dagen alweer een hele dag moet werken beangstigd mij ontzettend. Ik kan me niet voorstellen hoe ik de volgende vijf minuten zittend door ga komen, laat staan een dag werken. Als er na drie uur wachten eindelijk iemand tijd heeft om mij op te halen, stap ik als een hoopje ellende in de auto.
 

Besluit

Weer op mijn stagebedrijf aangekomen duik ik gelijk mijn bed in omdat ik echt amper nog op mijn benen kan staan. Als ik na twee uurtjes slaap nog steeds doodmoe wakker word, concludeer ik dat er iets goed mis is en bel mijn ouders huilend op, of ze me zo snel mogelijk kunnen ophalen. Twee dagen later maken mijn vader en de buurman (omdat mijn moeder niet nogmaals vrij kan krijgen), de rit van 900 km die mijn vader nog geen week geleden ook heeft gemaakt, weer, om mij op te halen.

More
articles